Columbus, OH 43210
En toen waren we dus een goede 800 kilometer landinwaarts, in Columbus, Ohio. Eergisteravond om kwart over tien reed mijn Greyhound-bus weg uit de Port Authority Bus Terminal. Aangezien treinen in de VS niet langer een geaccepteerde vorm van transport zijn, was dat busstation gigantisch: zo’n 300 ‘gates’ verdeeld over twee verdiepingen.
Greyhound is de grootste, goedkoopste en meest beruchte busmaatschappij van de VS. Het is de goedkoopste manier om van A naar B te komen, maar terdege oncomfortabel. Het is dan ook een uitstekende manier om in contact te komen met de onderlaag van de Amerikaanse samenleving: al in de terminal scholden de mensen in de rij elkaar werkelijk de huid vol over het feit dat anderen ‘voordrongen’ en zij er toch echt al langer stonden, wat ontspoorde in een idiote ruzie. Gezellig.
Ook in de rij stond Vincent. Vincent is een Nederlandse student die eveneens aan OSU gaat studeren, die net als ik de gelegenheid te baat had genomen om eerst New York te bezichtigen, en daarna de goedkoopste transportoptie naar Columbus nam. Dit was wel een tof toeval: we waren de enige twee buitenlanders in de bus. Hij bleek vervolgens twee verdiepingen hoger in dezelfde flat als ik te wonen.
Columbus is een vooroordeelbevestigende mainland-Amerikaanse stad. Het bestaat uit eindeloze rechte, veel te brede autowegen, geflankeerd door lage bakstenen en golfplaten gebouwen met platte daken. De stad wordt doorsneden met Highways op betonnen verhogingen, die het verkeer over de zich eindeloos uitstrekkende bebouwing heen direct naar het centrum voeren. In het centrum staan wat wolkenkrabbers, maar niet erg veel. Ze staan vrijwel allemaal op de foto in de titelbalk. Al met al is het een stad zonder geschiedenis, en voor zover ik kan zien zonder zinnige opbouw. Het is een zich in alle richtingen uitstrekkende vlek van bebouwing.
De campus, vrijwel in het centrum van Columbus gelegen, is dan wel weer erg mooi. OSU bestaat al wat langer, en het midden van de campus bestaat uit parkjes, grasvelden, en gebouwen in de zo typerende Amerikaanse bouwstijl van rond 1900. Elk gebouw doet een poging er uit te zien als een Griekse tempel of een oud Europees kasteel, maar ze weten het elke keer toch net niet goed te krijgen. Toch heel erg mooi. Ikzelf moet het met een minder idyllische locatie doen: tien minuten lopen van het oude gedeelte van de campus zijn enkele gigantische bijlmer-achtige flats neergekwakt om het enorm gegroeide aantal studenten te kunnen huisvesten. Daar zit ik. Ik geloof niet dat ik heel veel tijd op mijn kamer door ga brengen.
Verder zijn alle vooroordelen over Amerikanen waar. Normaal eten is hier (inderdaad) onmogelijk. Hieraan zal ik binnenkort een apart stukje wijden, maar laat ik vast verklappen dat drinken hier inderdaad standaard in glazen van ¾ liter wordt geserveerd, het in een campus met 55.000 studenten toch nog onmogelijk blijkt om een restaurant te vinden dat geen onderdeel uitmaakt van een fastfood-keten, en dat het hele concept koffie toch nog maar eens moet worden uitgelegd aan de Amerikanen. Het is hier fantastisch weer maar in elk restaurant, elk gebouw en elke bus staat de airco zo hard aan dat het onaangenaam koud is. Men is hier inderdaad gek van American Football. Midden op de campus staat een stadion ter grootte van de Arena, en bij elke wedstrijd zit dat vol. (Kaartjes kosten 80 dollar.) Over enkele dagen is er een wedstrijd tegen de Texas Rangers, en elke winkel heeft een uithangbord met iets als ‘Go Bucks, beat the Rangers’ Later deze maand spelen ze tegen Michigan State. De teams van OSU en MSU zijn de grootste rivalen uit de hele Amerikaanse sportwereld, en deze wedstrijd wordt dan ook het sportevenement van het jaar. Nou ja, laat ik zeggen dat er tientallen grote en kleine dingen zijn waaraan je hier merkt dat je op een ander continent bent.
De cultuurschok daargelaten voelde ik me vanochtend toch wel extreem goed toen ik, met mijn bekertje Amerikaanse meeneemkoffie in de hand, over The Oval, het grote grasveld in het midden van de Campus, naar het International Student Office liep om mijn papieren in orde te krijgen. Dit is een vette universiteit en de lessen zijn nog niet eens begonnen. Ik ga me hier best vermaken.
Mijn monsterlijke studentenflat, genaamd Jones Tower. Het feit dat ze zoveel mogelijk boom en zo weinig mogelijk flat op deze foto hebben geprobeerd te krijgen kan de lelijkheid van het gebouw alsnog niet verhullen. Gelukkig is het grootste deel van de campus een stuk mooier.
Greyhound is de grootste, goedkoopste en meest beruchte busmaatschappij van de VS. Het is de goedkoopste manier om van A naar B te komen, maar terdege oncomfortabel. Het is dan ook een uitstekende manier om in contact te komen met de onderlaag van de Amerikaanse samenleving: al in de terminal scholden de mensen in de rij elkaar werkelijk de huid vol over het feit dat anderen ‘voordrongen’ en zij er toch echt al langer stonden, wat ontspoorde in een idiote ruzie. Gezellig.
Ook in de rij stond Vincent. Vincent is een Nederlandse student die eveneens aan OSU gaat studeren, die net als ik de gelegenheid te baat had genomen om eerst New York te bezichtigen, en daarna de goedkoopste transportoptie naar Columbus nam. Dit was wel een tof toeval: we waren de enige twee buitenlanders in de bus. Hij bleek vervolgens twee verdiepingen hoger in dezelfde flat als ik te wonen.
Columbus is een vooroordeelbevestigende mainland-Amerikaanse stad. Het bestaat uit eindeloze rechte, veel te brede autowegen, geflankeerd door lage bakstenen en golfplaten gebouwen met platte daken. De stad wordt doorsneden met Highways op betonnen verhogingen, die het verkeer over de zich eindeloos uitstrekkende bebouwing heen direct naar het centrum voeren. In het centrum staan wat wolkenkrabbers, maar niet erg veel. Ze staan vrijwel allemaal op de foto in de titelbalk. Al met al is het een stad zonder geschiedenis, en voor zover ik kan zien zonder zinnige opbouw. Het is een zich in alle richtingen uitstrekkende vlek van bebouwing.
De campus, vrijwel in het centrum van Columbus gelegen, is dan wel weer erg mooi. OSU bestaat al wat langer, en het midden van de campus bestaat uit parkjes, grasvelden, en gebouwen in de zo typerende Amerikaanse bouwstijl van rond 1900. Elk gebouw doet een poging er uit te zien als een Griekse tempel of een oud Europees kasteel, maar ze weten het elke keer toch net niet goed te krijgen. Toch heel erg mooi. Ikzelf moet het met een minder idyllische locatie doen: tien minuten lopen van het oude gedeelte van de campus zijn enkele gigantische bijlmer-achtige flats neergekwakt om het enorm gegroeide aantal studenten te kunnen huisvesten. Daar zit ik. Ik geloof niet dat ik heel veel tijd op mijn kamer door ga brengen.
Verder zijn alle vooroordelen over Amerikanen waar. Normaal eten is hier (inderdaad) onmogelijk. Hieraan zal ik binnenkort een apart stukje wijden, maar laat ik vast verklappen dat drinken hier inderdaad standaard in glazen van ¾ liter wordt geserveerd, het in een campus met 55.000 studenten toch nog onmogelijk blijkt om een restaurant te vinden dat geen onderdeel uitmaakt van een fastfood-keten, en dat het hele concept koffie toch nog maar eens moet worden uitgelegd aan de Amerikanen. Het is hier fantastisch weer maar in elk restaurant, elk gebouw en elke bus staat de airco zo hard aan dat het onaangenaam koud is. Men is hier inderdaad gek van American Football. Midden op de campus staat een stadion ter grootte van de Arena, en bij elke wedstrijd zit dat vol. (Kaartjes kosten 80 dollar.) Over enkele dagen is er een wedstrijd tegen de Texas Rangers, en elke winkel heeft een uithangbord met iets als ‘Go Bucks, beat the Rangers’ Later deze maand spelen ze tegen Michigan State. De teams van OSU en MSU zijn de grootste rivalen uit de hele Amerikaanse sportwereld, en deze wedstrijd wordt dan ook het sportevenement van het jaar. Nou ja, laat ik zeggen dat er tientallen grote en kleine dingen zijn waaraan je hier merkt dat je op een ander continent bent.
De cultuurschok daargelaten voelde ik me vanochtend toch wel extreem goed toen ik, met mijn bekertje Amerikaanse meeneemkoffie in de hand, over The Oval, het grote grasveld in het midden van de Campus, naar het International Student Office liep om mijn papieren in orde te krijgen. Dit is een vette universiteit en de lessen zijn nog niet eens begonnen. Ik ga me hier best vermaken.
Mijn monsterlijke studentenflat, genaamd Jones Tower. Het feit dat ze zoveel mogelijk boom en zo weinig mogelijk flat op deze foto hebben geprobeerd te krijgen kan de lelijkheid van het gebouw alsnog niet verhullen. Gelukkig is het grootste deel van de campus een stuk mooier.

2 Comments:
Het lijkt er inderdaad op dat je je gevestigd hebt in het Diemen van Ohio...
Dat van die Airco komt me bekend voor. Dat je de fout maakt geen trui mee te nemen wanneer het buiten 30 graden is en dat je dan bevriest binnen en naar buiten moet om even op te warmen.... :)
Post a Comment
<< Home