Eten in New York
In het vliegtuig hierheen was ik aan de praat geraakt met een New Yorker. Het gesprek voerde langs verplichte nummers als onze reisdoelen, het afzeiken van Bush (wat hij nog fanatieker deed dan ik), de overstroming in New Orleans, het feit dat hij Amsterdam weleens had bezocht (en het een ‘fabulous city’ vond) en al dat soort dingen. Toen het vliegtuigpersoneel het verplichte doosje met ranzig vliegtuigvoer kwam langsbrengen, bracht dat ons op nóg een verplicht gespreksonderwerp tussen Amerikanen en... wel, alle andere wereldbewoners: hun eetgewoontes. “Preparing you for the American junkfood!”, zei hij, terwijl hij afkeurend naar het treurniswekkende broodje en het zakje chips keek. Ik reageerde dat dat in New York toch echt wel meeviel. “Oh no, not New York! But wait till you get to Ohio...” sprak hij duister.
New York heeft een eetcultuur op zichzelf, die hemelsbreed verschilt van wat we in Nederland gewend zijn. Thuis eten is in feite totaal onnodig in New York: je staat ’s ochtends op en loopt naar buiten, en treft daar vanaf 7 uur ’s ochtends op elke straathoek een aluminium stalletje aan, met daarin een Pakistaan of Indiër die koffie, bagels, en donuts verkoopt. Voor de mensen die gezond willen doen staat er vijf meter verderop een Puertoricaan of Mexicaan een paar soorten fruit te verhandelen. Een koffie: tussen de 75 cent en een dollar. Een donut: 50 cent. Een bagel met creamcheese: nooit meer dan een dollar. De New Yorker haalt dus een ontbijt bij een stalletje à 2 dollar 25, en haast zich naar de metro.
Ik weet niet hoeveel honderden kilometers straat Manhattan heeft, maar ongeveer een derde van die kilometers is gevuld met winkels die in eten doen. Het meest voorkomend zijn de deli’s, winkeltjes die een klein supermarktje combineren met een bar waar je broodjes en koffie kunt halen. In deze deli’s, die qua verfijning onderaan de ladder staan, merk je af en toe toch dat New York in Amerika ligt. Toen ik eergisteren één van deze deli’s betrad om een broodje te kopen, werd me dat ernstig duidelijk. Ik bestelde een ‘cheese on a roll’, een broodje kaas dus. “Everything on it?”, vroeg de Mexicaan die me bediende. Ja, waarom niet. Een minuut later liep ik naar buiten met een broodje waarop zich, als je goed zocht, inderdaad wat kaas bevond, maar dat voor het overgrote deel was volgestouwd met ei en bacon. Een vet geheel, dat de honger voor de rest van de dag inderdaad in bedwang hield. Welcome to America.
Wat verder downtown is het aanbod aan eten enigszins anders. Hier wonen de linkse, hippe yuppen en de NYU-studenten (ook links en hip). Ook daar is het zeer goed mogelijk om een ‘cheese on a roll with everything on it’ te krijgen, maar wordt het voedselaanbod gedomineerd door saladbars, verse smoothie-tentjes, hippe restaurants (die ook rond het middaguur stampvol zitten) en snelle sushi-tentjes.
De restaurantindustrie van New York zou je kunnen beschouwen als de perfecte vrije markt: oneindig veel aanbieders en totale transparantie. Het eiland Manhattan alleen al kent zo’n 5000 restaurants, en hun wel en wee speelt duidelijk een belangrijke rol in het dagelijks leven van New York. De TimeOut, de Uitkrant van New York, wijdt wekelijks zo’n twintig pagina’s aan voedselrecensies. Waar Johannes van Dam wekelijks één restaurant voor zijn rekening neemt (en misschien nog een woord of wat over de juiste bereiding van broccoli schrijft), vermeldt de TimeOut ieder nieuw restaurant en recenseert het meteen een flink aantal. In de pagina’s daarna worden per wijk een aantal restaurants gerecenseerd: in het exemplaar dat ik nu voor me heb liggen een totaal van 127. Elke week. De rol die eten in het leven van New Yorkers speelt wordt verder duidelijk bij het lezen van de artikelen: naast acteurs, regisseurs en fotografen interviewt dit blad ook chefkoks. Paginagrote foto’s van de charismatische chef sieren het artikel, met daarnaast strijdlustige streamers als “We hope to redefine what the top end of fine dining can be.”
Manhattan heeft zelfs een eigen restaurant-zoekmachine, menupages.com. Selecteer het soort eten (Italiaans, Amerikaans, Japans, maar ook Indonesisch...), een prijsklasse en het gebied waarin het restaurant zich moet bevinden, en de zoekmachine vertelt je wat er allemaal te koop is.
Alle restaurants zijn tamelijk goed. New Yorkers hebben geen genade voor matige, slechte of te dure restaurants. Een restaurant dat onder de maat is, is binnen de kortste keren failliet. Goede restaurants, daarentegen, verwerven ook grote faam. Het sushi-restaurantje waar Marike en ik gisteravond aten (Tomoe Sushi, op Thompson Street) was duidelijk goed: toen we er aankwamen stond er op straat een meterslange rij. Vlak om de hoek was een ander sushi-restaurant, en dat was vrijwel leeg. Men bleef echter liever een half uur in de rij staan dan naar dat andere restaurant te gaan. (De sushi, het moet gezegd, was het wachten meer dan waard.)
Gezien de enorme kwaliteit en de relatief lage prijs in de restaurants van New York, is het des te merkwaardiger dat de supermarkten hier echt verschrikkelijk zijn. Verse groente en fruit zijn duur en niet per se lekker, het brood is allemaal lang houdbaar, en een enorm deel van de producten heeft een hoog onzingehalte. Waar het in Nederland heel gebruikelijk is om mensen thuis uit te nodigen om te komen eten, doen New Yorkers daar helemaal niet aan, en vinden het zelfs merkwaardig. Als je afspreekt om samen te gaan eten, dan is dat vanzelfsprekend in een restaurant.
New York zou echter New York niet zijn als ook daar niet uitzonderingen op bestonden. Marike, bij wie ik verblijf, houdt stug vast aan haar Europese eetgewoontes: ’s ochtends gewoon thuis ontbijten met normale yoghurt en lekkere koffie, ’s avonds meestal zelf koken. Dat is mogelijk dankzij Fairways, een supermarkt op Boadway, en waarschijnlijk de meest fantastische op de planeet. Fairways verkoopt alles wat je je mogelijkerwijs zou kunnen wensen op het gebied van eten. De grootste groente-afdeling die je ooit hebt gezien, honderden soorten kaas, alle denkbare soorten olijven, vele tientallen soorten koffie (niet in de vorm van vacuümpakken, maar gewoon zakken met bonen die een medewerker voor je schept en maalt), een visafdeling waar de meeste viswinkels bij verbleken, vers gebakken brood in alle soorten en maten. Dit is vervolgens geen luxe, enorme supermarkt, maar een rommelige en gezellige winkel op een straathoek. De rekken staan er zo dicht mogelijk op elkaar gepropt om er maar zoveel mogelijk kwijt te kunnen, en honderden New Yorkers lopen elkaar hopeloos in de weg met hun karretjes. En absurd genoeg is het allemaal stukken goedkoper dan in een ‘normale’ Amerikaanse supermarkt. Fairways, kortom, is simpelweg te mooi om waar te zijn. Helaas heeft Fairways maar één andere vestiging, en die is ook in New York.
Wanneer ik over twee weken bij de pizza-hut op de campus zit, zal ik met heimwee terugdenken aan de New Yorkers met hun obsessie voor goede restaurants, en aan die ene fantastische supermarkt op 74nd street & Broadway.
New York heeft een eetcultuur op zichzelf, die hemelsbreed verschilt van wat we in Nederland gewend zijn. Thuis eten is in feite totaal onnodig in New York: je staat ’s ochtends op en loopt naar buiten, en treft daar vanaf 7 uur ’s ochtends op elke straathoek een aluminium stalletje aan, met daarin een Pakistaan of Indiër die koffie, bagels, en donuts verkoopt. Voor de mensen die gezond willen doen staat er vijf meter verderop een Puertoricaan of Mexicaan een paar soorten fruit te verhandelen. Een koffie: tussen de 75 cent en een dollar. Een donut: 50 cent. Een bagel met creamcheese: nooit meer dan een dollar. De New Yorker haalt dus een ontbijt bij een stalletje à 2 dollar 25, en haast zich naar de metro.
Ik weet niet hoeveel honderden kilometers straat Manhattan heeft, maar ongeveer een derde van die kilometers is gevuld met winkels die in eten doen. Het meest voorkomend zijn de deli’s, winkeltjes die een klein supermarktje combineren met een bar waar je broodjes en koffie kunt halen. In deze deli’s, die qua verfijning onderaan de ladder staan, merk je af en toe toch dat New York in Amerika ligt. Toen ik eergisteren één van deze deli’s betrad om een broodje te kopen, werd me dat ernstig duidelijk. Ik bestelde een ‘cheese on a roll’, een broodje kaas dus. “Everything on it?”, vroeg de Mexicaan die me bediende. Ja, waarom niet. Een minuut later liep ik naar buiten met een broodje waarop zich, als je goed zocht, inderdaad wat kaas bevond, maar dat voor het overgrote deel was volgestouwd met ei en bacon. Een vet geheel, dat de honger voor de rest van de dag inderdaad in bedwang hield. Welcome to America.
Wat verder downtown is het aanbod aan eten enigszins anders. Hier wonen de linkse, hippe yuppen en de NYU-studenten (ook links en hip). Ook daar is het zeer goed mogelijk om een ‘cheese on a roll with everything on it’ te krijgen, maar wordt het voedselaanbod gedomineerd door saladbars, verse smoothie-tentjes, hippe restaurants (die ook rond het middaguur stampvol zitten) en snelle sushi-tentjes.
De restaurantindustrie van New York zou je kunnen beschouwen als de perfecte vrije markt: oneindig veel aanbieders en totale transparantie. Het eiland Manhattan alleen al kent zo’n 5000 restaurants, en hun wel en wee speelt duidelijk een belangrijke rol in het dagelijks leven van New York. De TimeOut, de Uitkrant van New York, wijdt wekelijks zo’n twintig pagina’s aan voedselrecensies. Waar Johannes van Dam wekelijks één restaurant voor zijn rekening neemt (en misschien nog een woord of wat over de juiste bereiding van broccoli schrijft), vermeldt de TimeOut ieder nieuw restaurant en recenseert het meteen een flink aantal. In de pagina’s daarna worden per wijk een aantal restaurants gerecenseerd: in het exemplaar dat ik nu voor me heb liggen een totaal van 127. Elke week. De rol die eten in het leven van New Yorkers speelt wordt verder duidelijk bij het lezen van de artikelen: naast acteurs, regisseurs en fotografen interviewt dit blad ook chefkoks. Paginagrote foto’s van de charismatische chef sieren het artikel, met daarnaast strijdlustige streamers als “We hope to redefine what the top end of fine dining can be.”
Manhattan heeft zelfs een eigen restaurant-zoekmachine, menupages.com. Selecteer het soort eten (Italiaans, Amerikaans, Japans, maar ook Indonesisch...), een prijsklasse en het gebied waarin het restaurant zich moet bevinden, en de zoekmachine vertelt je wat er allemaal te koop is.
Alle restaurants zijn tamelijk goed. New Yorkers hebben geen genade voor matige, slechte of te dure restaurants. Een restaurant dat onder de maat is, is binnen de kortste keren failliet. Goede restaurants, daarentegen, verwerven ook grote faam. Het sushi-restaurantje waar Marike en ik gisteravond aten (Tomoe Sushi, op Thompson Street) was duidelijk goed: toen we er aankwamen stond er op straat een meterslange rij. Vlak om de hoek was een ander sushi-restaurant, en dat was vrijwel leeg. Men bleef echter liever een half uur in de rij staan dan naar dat andere restaurant te gaan. (De sushi, het moet gezegd, was het wachten meer dan waard.)
Gezien de enorme kwaliteit en de relatief lage prijs in de restaurants van New York, is het des te merkwaardiger dat de supermarkten hier echt verschrikkelijk zijn. Verse groente en fruit zijn duur en niet per se lekker, het brood is allemaal lang houdbaar, en een enorm deel van de producten heeft een hoog onzingehalte. Waar het in Nederland heel gebruikelijk is om mensen thuis uit te nodigen om te komen eten, doen New Yorkers daar helemaal niet aan, en vinden het zelfs merkwaardig. Als je afspreekt om samen te gaan eten, dan is dat vanzelfsprekend in een restaurant.
New York zou echter New York niet zijn als ook daar niet uitzonderingen op bestonden. Marike, bij wie ik verblijf, houdt stug vast aan haar Europese eetgewoontes: ’s ochtends gewoon thuis ontbijten met normale yoghurt en lekkere koffie, ’s avonds meestal zelf koken. Dat is mogelijk dankzij Fairways, een supermarkt op Boadway, en waarschijnlijk de meest fantastische op de planeet. Fairways verkoopt alles wat je je mogelijkerwijs zou kunnen wensen op het gebied van eten. De grootste groente-afdeling die je ooit hebt gezien, honderden soorten kaas, alle denkbare soorten olijven, vele tientallen soorten koffie (niet in de vorm van vacuümpakken, maar gewoon zakken met bonen die een medewerker voor je schept en maalt), een visafdeling waar de meeste viswinkels bij verbleken, vers gebakken brood in alle soorten en maten. Dit is vervolgens geen luxe, enorme supermarkt, maar een rommelige en gezellige winkel op een straathoek. De rekken staan er zo dicht mogelijk op elkaar gepropt om er maar zoveel mogelijk kwijt te kunnen, en honderden New Yorkers lopen elkaar hopeloos in de weg met hun karretjes. En absurd genoeg is het allemaal stukken goedkoper dan in een ‘normale’ Amerikaanse supermarkt. Fairways, kortom, is simpelweg te mooi om waar te zijn. Helaas heeft Fairways maar één andere vestiging, en die is ook in New York.
Wanneer ik over twee weken bij de pizza-hut op de campus zit, zal ik met heimwee terugdenken aan de New Yorkers met hun obsessie voor goede restaurants, en aan die ene fantastische supermarkt op 74nd street & Broadway.

8 Comments:
hai tris,
wat was jij een schattige blonde uk! mooie verhalen, leuk om te lezen.
ik miste je donderdag bij 't koortje. bij deze breng ik het applaus voor je koorhoofdschap over. en guess what?! we gaan het Requiem van Fauré uitvoeren, helemaal.
liefs, marieke
Hee Tris, Ik heb nog een zeepje van je. Kan je je handen wassen na het eten. Wat is je adres?
Adres weet ik nog niet precies, maar het zal iets zijn met "Jones Tower' en 'Columbus, OH' erin. Bluf dat je het opstuurt.
Ben ik weg, gaan jullie het Requiem van Fauré uitvoeren!!! Dat is ZO oneerlijk!
Amsterdam is ook leuk hoor: http://www.iens.nl
Nee, nee, je ziet het verkeerd: we gaan het Requiem van Faure uitvoeren omdat je weg bent.
Ik voel me misdeeld. Ik ga in Ohio gauw bij een veel leuker koor, en kom NOOIT meer terug.
Ik voel me ook misdeeld tristan, ze hebben het koorweekend verplaatst naar het enige weekend in het hele jaar dat ik niet kan, vanwege een stuk opleiding. Dus ga ik gezellig met jou en maaike niet op koorweekend.
Kom dan maar naar mij toe, Mariek! Het is hier heel leuk. Maaike
Post a Comment
<< Home