Game day!
Midden op deze campus, vijf minuten van mijn huis, staat een gigantisch American Football-stadion. Het overgrote deel van de tijd staat dat stadion daar maar zo’n beetje groot en leeg te zijn, maar zo’n vier zaterdagen per trimester zit het stamp- en stampvol, wanneer de Ohio State Buckeyes een thuiswedstrijd spelen. Gisteren was één van die zaterdagen. Er werd gespeeld, en wel tegen San Diego University.
Op een game-day verandert de campus totaal van aangezicht. In het hele gebied rond het stadion verandert elk pleintje en elke parkeerplaats in een openbare drinkgelegenheid (natuurlijk wel afgezet met hekken, en identiteitscontrole bij de ingang, want er zal toch eens iemand onder de 21 een glas bier bemachtigen) Vanaf een uur of 11 ’s ochtends wordt er overal gedronken en muziek gedraaid, spelen er live bandjes en worden de straten gevuld met karretjes die broodjes met gebarbecued vlees verkopen. Niet alleen studenten, maar de halve stad komt op de campus af om in de feestvreugde te delen. Overal dikke Amerikanen op sneakers die blikjes Budweiser aan het leegdrinken zijn. Ook populair is ‘tailgating’: je auto ergens parkeren, de campingstoeltjes en de barbecue uitladen en op die parkeerplaats de dag doorbrengen met een 24-pack Budweiser, een tv, en tientallen mede-tailgaters. (Tailgate is een Amerikaans woord voor kofferbak) Het lijkt eigenlijk verdraaid veel op Koninginnedag, met de kanttekening dat ze hier niet in oranje rondlopen, maar in ‘scarlet and gray’, de kleuren van OSU.
Deze kledingcode wordt hier overigens zeer serieus genomen: iedereen, maar dan ook iedereen, loopt in een rood of grijs OSU-shirt op een game day. Omdat ik op de één of andere introductiequiz een grijs OSU-shirt had gewonnen (door te weten wie de vijfde president van de Universiteit was :-) ), kon ik perfect in de menigte opgaan, zonder argwanende blikken van derden.
Ikzelf had met Vin, Vincent en Machteld om 11 uur afgesproken de boel eens te gaan verkennen en kaartjes te veroveren. Aan de kassa kosten kaartjes 60 dollar, maar er bestaat een levendige zwarte handel: op elke straathoek staan louche figuren die overschietende kaartjes van mensen opkopen en ze met winst weer verkopen. De wetten van de vrije markt werken optimaal in Amerika, en de kunst is om zo lang mogelijk te wachten: vlak voor het spel kun je kaartjes krijgen voor vrijwel niets.
De tussentijd moest, trouw aan de edele tradities van het American Football, gevuld worden met drinken. Aangezien mijn eerste ontmoeting met campus-drinken toch niet geheel naar tevredenheid was verlopen, hield ik mij braaf aan het water en de cola. Ondertussen werden Vin, Vincent en Machteld steeds losser. Vin keek me bezorgd aan, en uitte zijn vrees dat ik zonder het nuttigen van enige alcohol het hele gebeuren onmogelijk op waarde kon schatten. Ik vermaakte me echter kostelijk, zij het vanuit een soort antropologische interesse. Toen ik dit aan Vin, zelf een groot American Football-fan, uitlegde viel mij een argwanend ‘Don’t study us, man!’ ten deel, in reactie waarop ik slechts kon grijnzen.
Nadat we, een kwartier voor het begin van de wedstrijd, dan eindelijk kaartjes hadden bemachtigd (Vincent en Machteld twee voor 60 dollar, en Vin en ik vijf minuten later twee voor 25 dollar, dankzij de uitstekende afdingtechnieken van voornoemde Canadees), togen we met duizenden andere fans richting het stadion.
Mijn eerste ontmoeting met American Football was eigenlijk heel leuk. Omdat OSU een veel beter team heeft dan SDU, hadden de San Diego fans de verre reis maar gewoon laten zitten en zat het stadium helemaal vol scarlet-and-gray, en de stemming was uitgelaten. Wel was ongeveer de helft van de fans stomdronken, wat niet verbazingwekkend is als je bedenkt hoe iedereen de ochtend en middag had doorgebracht.
De regels van het spel zijn enorm complex, en er komt een enorme hoeveelheid strategie bij kijken. De eerste helft begreep ik werkelijk niets van wat er zich op het veld afspeelde, maar langzamerhand begon ik het door te krijgen. Het is werkelijk een onderschat spel: een soort kruising tussen worstelen, voetbal en schaken.
Aan sommige dingen was wel weer duidelijk te merken dat we in Amerika waren: zo was er een speciale militaire tribune, waar uit Ohio afkomstige militairen zaten die in Irak en Afghanistan gediend hadden. Op een zeker moment tijdens de wedstrijd werden deze aangekondigd door de speakers, en stonden ze op om een gigantisch applaus in ontvangst te nemen. Ook boeiend was de ‘marching band’ die tijdens de rust het publiek vermaakte: een gigantische fanfareband in gigantische uniformen die tot in het absurde gedrild was om de meest idiote formaties op het veld te maken. Het toppunt was wel de Amerikaanse vlag die ze op zeker moment vormden. Met hun strak georkestreerde gemarcheer wisten ze deze vlag zelfs te laten wapperen. Geen kleine prestatie, en leuk om naar te kijken, maar het maakte toch een enigszins militante indruk op me.
American football is voor de studenten en de universiteit een bloedserieuze aangelegenheid. De Buckeyes zijn niet alleen het team van Columbus, maar zijn gelieerd aan de universiteit zelf. Waar de meeste Nederlanders niet echt een gevoel van trots hebben over hun universiteit, bestaat hier een sterk OSU-patriotisme, dat onder andere wordt belichaamd door een enorme trots op het footballteam. Het zijn niet alleen elf idioten die een spelletje spelen: het is de eer van je universiteit die daar beneden op het veld wordt verdedigd. Daarnaast is football belangrijk voor OSU omdat het enorm veel inkomsten genereert. Het stadion is eigendom van OSU en de winst op de kaartjes komt ten goede aan de universiteit. Ook de trademarks op alle OSU-shirts, zonnebrillen en aanverwante prullaria berusten bij de Universiteit, en neem van mij aan dat daar een heleboel van verkocht worden.
Nadat San Diego University met 27-6 was afgemaakt ging het drinken rond het stadion onverminderd verder, tot diep in de nacht. We hebben Vin tot ‘honorary Dutchman’ gebombardeerd, en ik heb de meest onzinnige gesprekken gevoerd met allerlei Amerikanen die ik niet kende. Het voelt bijna als in een jeugdherberg zitten: het Nederlandse drugsbeleid verdedigen, samen op Bush zeiken (Columbus was dat gedeelte van Ohio dat op Gore stemde. Helaas deed het platteland dat niet), mensen ‘Scheveningen’ laten zeggen en alle vooroordelen over je eigen land bevestigen. Een American football-game is een maf circus, maar ik zou bijna overwegen om de volgende keer weer te gaan.
De oplettende blogbezoeker zal het zijn opgevallen dat er rechts een oranje knopje is verschenen, dat er eerst nog niet was. Dit is een link voor gebruikers van RSS/XML/atom. Als je een programma als RssReader hebt, kun je je abonneren op sites die RSS ondersteunen. Op die manier kun je zien of er een nieuwe post is bij het opstarten van je computer, zonder er elke keer heen te hoeven surfen. Onder andere de site van NRC Handelsblad ondersteunt ook RSS, en ik ben onder de indruk van hoe handig dit programma is. Het is echt Internet a la carte wat je krijgt.
Wat te doen? Volg de link, en je krijgt een bak code op je scherm. 'Copy' de URL (het adres). Selecteer in RssReader 'Add', en merk op dat de URL er al staat. Klik op next, next, toevoegen en voila.
Op een game-day verandert de campus totaal van aangezicht. In het hele gebied rond het stadion verandert elk pleintje en elke parkeerplaats in een openbare drinkgelegenheid (natuurlijk wel afgezet met hekken, en identiteitscontrole bij de ingang, want er zal toch eens iemand onder de 21 een glas bier bemachtigen) Vanaf een uur of 11 ’s ochtends wordt er overal gedronken en muziek gedraaid, spelen er live bandjes en worden de straten gevuld met karretjes die broodjes met gebarbecued vlees verkopen. Niet alleen studenten, maar de halve stad komt op de campus af om in de feestvreugde te delen. Overal dikke Amerikanen op sneakers die blikjes Budweiser aan het leegdrinken zijn. Ook populair is ‘tailgating’: je auto ergens parkeren, de campingstoeltjes en de barbecue uitladen en op die parkeerplaats de dag doorbrengen met een 24-pack Budweiser, een tv, en tientallen mede-tailgaters. (Tailgate is een Amerikaans woord voor kofferbak) Het lijkt eigenlijk verdraaid veel op Koninginnedag, met de kanttekening dat ze hier niet in oranje rondlopen, maar in ‘scarlet and gray’, de kleuren van OSU.
Deze kledingcode wordt hier overigens zeer serieus genomen: iedereen, maar dan ook iedereen, loopt in een rood of grijs OSU-shirt op een game day. Omdat ik op de één of andere introductiequiz een grijs OSU-shirt had gewonnen (door te weten wie de vijfde president van de Universiteit was :-) ), kon ik perfect in de menigte opgaan, zonder argwanende blikken van derden.
Ikzelf had met Vin, Vincent en Machteld om 11 uur afgesproken de boel eens te gaan verkennen en kaartjes te veroveren. Aan de kassa kosten kaartjes 60 dollar, maar er bestaat een levendige zwarte handel: op elke straathoek staan louche figuren die overschietende kaartjes van mensen opkopen en ze met winst weer verkopen. De wetten van de vrije markt werken optimaal in Amerika, en de kunst is om zo lang mogelijk te wachten: vlak voor het spel kun je kaartjes krijgen voor vrijwel niets.
De tussentijd moest, trouw aan de edele tradities van het American Football, gevuld worden met drinken. Aangezien mijn eerste ontmoeting met campus-drinken toch niet geheel naar tevredenheid was verlopen, hield ik mij braaf aan het water en de cola. Ondertussen werden Vin, Vincent en Machteld steeds losser. Vin keek me bezorgd aan, en uitte zijn vrees dat ik zonder het nuttigen van enige alcohol het hele gebeuren onmogelijk op waarde kon schatten. Ik vermaakte me echter kostelijk, zij het vanuit een soort antropologische interesse. Toen ik dit aan Vin, zelf een groot American Football-fan, uitlegde viel mij een argwanend ‘Don’t study us, man!’ ten deel, in reactie waarop ik slechts kon grijnzen.
Nadat we, een kwartier voor het begin van de wedstrijd, dan eindelijk kaartjes hadden bemachtigd (Vincent en Machteld twee voor 60 dollar, en Vin en ik vijf minuten later twee voor 25 dollar, dankzij de uitstekende afdingtechnieken van voornoemde Canadees), togen we met duizenden andere fans richting het stadion.
Mijn eerste ontmoeting met American Football was eigenlijk heel leuk. Omdat OSU een veel beter team heeft dan SDU, hadden de San Diego fans de verre reis maar gewoon laten zitten en zat het stadium helemaal vol scarlet-and-gray, en de stemming was uitgelaten. Wel was ongeveer de helft van de fans stomdronken, wat niet verbazingwekkend is als je bedenkt hoe iedereen de ochtend en middag had doorgebracht.
De regels van het spel zijn enorm complex, en er komt een enorme hoeveelheid strategie bij kijken. De eerste helft begreep ik werkelijk niets van wat er zich op het veld afspeelde, maar langzamerhand begon ik het door te krijgen. Het is werkelijk een onderschat spel: een soort kruising tussen worstelen, voetbal en schaken.
Aan sommige dingen was wel weer duidelijk te merken dat we in Amerika waren: zo was er een speciale militaire tribune, waar uit Ohio afkomstige militairen zaten die in Irak en Afghanistan gediend hadden. Op een zeker moment tijdens de wedstrijd werden deze aangekondigd door de speakers, en stonden ze op om een gigantisch applaus in ontvangst te nemen. Ook boeiend was de ‘marching band’ die tijdens de rust het publiek vermaakte: een gigantische fanfareband in gigantische uniformen die tot in het absurde gedrild was om de meest idiote formaties op het veld te maken. Het toppunt was wel de Amerikaanse vlag die ze op zeker moment vormden. Met hun strak georkestreerde gemarcheer wisten ze deze vlag zelfs te laten wapperen. Geen kleine prestatie, en leuk om naar te kijken, maar het maakte toch een enigszins militante indruk op me.
American football is voor de studenten en de universiteit een bloedserieuze aangelegenheid. De Buckeyes zijn niet alleen het team van Columbus, maar zijn gelieerd aan de universiteit zelf. Waar de meeste Nederlanders niet echt een gevoel van trots hebben over hun universiteit, bestaat hier een sterk OSU-patriotisme, dat onder andere wordt belichaamd door een enorme trots op het footballteam. Het zijn niet alleen elf idioten die een spelletje spelen: het is de eer van je universiteit die daar beneden op het veld wordt verdedigd. Daarnaast is football belangrijk voor OSU omdat het enorm veel inkomsten genereert. Het stadion is eigendom van OSU en de winst op de kaartjes komt ten goede aan de universiteit. Ook de trademarks op alle OSU-shirts, zonnebrillen en aanverwante prullaria berusten bij de Universiteit, en neem van mij aan dat daar een heleboel van verkocht worden.
Nadat San Diego University met 27-6 was afgemaakt ging het drinken rond het stadion onverminderd verder, tot diep in de nacht. We hebben Vin tot ‘honorary Dutchman’ gebombardeerd, en ik heb de meest onzinnige gesprekken gevoerd met allerlei Amerikanen die ik niet kende. Het voelt bijna als in een jeugdherberg zitten: het Nederlandse drugsbeleid verdedigen, samen op Bush zeiken (Columbus was dat gedeelte van Ohio dat op Gore stemde. Helaas deed het platteland dat niet), mensen ‘Scheveningen’ laten zeggen en alle vooroordelen over je eigen land bevestigen. Een American football-game is een maf circus, maar ik zou bijna overwegen om de volgende keer weer te gaan.
De oplettende blogbezoeker zal het zijn opgevallen dat er rechts een oranje knopje is verschenen, dat er eerst nog niet was. Dit is een link voor gebruikers van RSS/XML/atom. Als je een programma als RssReader hebt, kun je je abonneren op sites die RSS ondersteunen. Op die manier kun je zien of er een nieuwe post is bij het opstarten van je computer, zonder er elke keer heen te hoeven surfen. Onder andere de site van NRC Handelsblad ondersteunt ook RSS, en ik ben onder de indruk van hoe handig dit programma is. Het is echt Internet a la carte wat je krijgt.
Wat te doen? Volg de link, en je krijgt een bak code op je scherm. 'Copy' de URL (het adres). Selecteer in RssReader 'Add', en merk op dat de URL er al staat. Klik op next, next, toevoegen en voila.

6 Comments:
Man, dik genieten, die verhalen van jou! (Dat wilde ik maar even gezegd hebben...)
Frits
Goed verhaal man :)
Ik heb er eigenlijk maar een ding aan toe te voegen:
GO BUCKEYES!
Neem wat prullaria voor me mee!
Ben jij al jaren een verborgen fan van de Buckeyes, Wouter? Zal ik dan maar een mooi knalrood shirt met koeieletters 'OSU' erop voor je meenemen? Of is een shirt met 'F*ck Michigan' meer wat je in gedachten had? Of zal ik Budweiser freebees voor je gaan sparen? :-))
Ik heb Amerikaanse maat M (=Europees L) :)
Door puur toeval (ik zocht informatie over parkeren) op deze website terecht gekomen. Leuk om te lezen!
Groeten Michiel
Een reactie plaatsen
<< Home