zondag, september 25, 2005

Met een noodgang van start

Woensdag begonnen de lessen. Dat werkt hier net even wat anders. In Nederland hebben we veel vakantie, en semesters van zo’n zeventien weken. Zulke semesters beginnen langzaamaan, niemand werkt echt hard tot halverwege, en zo rond week twaalf realiseert iedereen dat er toch eens over een werkstuk nagedacht moet worden. Niet getreurd: alle docenten vinden het prima als dat werkstuk zo aan het eind van de vakantie een keer af is, dus alle tijd.
Zo niet hier. Hier hebben ze, om te beginnen, nog meer vakantie. Het quarter duurt maar tien weken, maar de eisen zijn minstens even hoog als in Nederland voor zeventien. Voor elk geschiedenisvak moeten er aan het eind van die tien weken vijfentwintig geschreven pagina’s ingeleverd worden, soms nog aangevuld met een klein examen halverwege. Het quarter begint hier dus niet in een slakkengangetje, maar meer als de 100 meter hardlopen. Iedereen zit klaar voor het startschot, en wanneer dat klinkt dan is iedereen ook binnen drie seconden op topsnelheid. Daar moet komt bij dat Amerikaanse studenten echt ongelooflijk fanatiek zijn: ze beginnen allemaal aan die 100 meter om hem te winnen.
Zo komt het dat ik aan het begin van het semester op vrijdagavond en zaterdag met mijn neus in de boeken zit. De eerste boeken moeten begin volgende week uit zijn, over drie weken moet ik voor de meeste vakken al onderzoeksvoorstellen inleveren, en over 10 weken moeten alle werkstukken ingeleverd zijn.
Deze vrij heftige eisen worden dan wel weer gecompenseerd door het feit dat ze geschiedenis hier verdomd leuk weten te maken. Geen stoffige obscure deelonderwerpen, maar het grote verhaal zet hier de toon. Ik volg een vak genaamd ‘Readings in European History’ waar we in groepjes simpelweg elk gaaf en belangrijk boek over Europese geschiedenis gaan lezen en bespreken. Een ander vak, met de meeslepende titel ‘Wars of Empire’, bestaat voor een belangrijk deel uit het lezen van gedichten en romans, en het kijken van films. Het handboek voor dit vak is niet de een of andere stoffige historische studie, maar een guerilla-handleiding, geschreven in 1894 door een Britse kolonel. Onder begeleiding van Parker voor mijn scriptie lezen is eveneens een groot plezier. Ik word spontaan fanatiek.

Ook ben ik hier bij een koor gegaan. Toen ik hier afgelopen maandag over de intro-markt sjokte kwam ik langs een stalletje van een mannenkoor, en liet mijn e-mailadres achter, in ruil waarvoor ik een cd kreeg. Sinds dat moment is dat koor in hoog tempo mijn leven aan het overnemen.
Ik had eigenlijk niet echt een idee voor wat voor koor ik me eigenlijk opgaf. Die avond ontving ik per mail een uitnodiging voor een stemtest op donderdag. Door het luisteren van de cd was me al duidelijk geworden dat ik misschien toch wat te hoog gemikt had voor een beetje recreatief zingen, want het klonk allemaal onwaarschijnlijk professioneel.
Die donderdag kwam ik echter tot mijn verbazing door de stemtest heen en werd ik tot tenoor gebombardeerd. Ik werd gesommeerd de volgende dag op de repetitie te verschijnen, en het werd me duidelijk gemaakt dat we drie keer per week repeteerden, aangevuld met een aantal notenstampavonden per quarter en een aantal optredens.
Ondertussen is me wat meer duidelijk bij wat voor soort koor ik terecht ben gekomen. Het gaat onder de naam ‘Ohio State University Men’s Glee Club’, en bestaat uit zeventig mensen, waarvan ruim een derde zangstudenten van de OSU School of Music, en nog een flink deel andere School of Music-studenten. Waar het Particolartekoor een gezellig zooitje is, is dit koor een bloody legerregiment (hoewel ook extreem gezellig). De eerste repetitie gisteren was van een andere orde dan het op de stoelen staan in lokaal B11 van Crea: zeventig man stonden opgesteld in een soort tribunes rond de dirigent, met naast hem een losse pianist. Het geheel verliep als een drill: de repetities duren maar een uurtje, maar er wordt geen seconde verspild. Het koor geldt als een soort visitekaartje van de universiteit, doet mee aan concoursen, gaat op tournee door Europa en doet optredens in concertzalen door heel Amerika.
Na de repetitie werd ik meteen op de hoogte gesteld dat ik de volgende ochtend (vanochtend dus), om negen uur geacht werd weer mijn opwachting te maken. Het was vandaag weer een game day, en dus was er werk aan de winkel. Wat we precies gingen doen was me volstrekt onduidelijk, maar ik zette mijn wekker en stond vanochtend dus braaf met mijn slaperige kop op de stoep van de School of Music.
De ochtend werd vervolgens begonnen met zingen op tactische plaatsen rond het stadion, met als doel cd’s verkopen. Op een gemiddelde game day verkoopt dit koor meer dan honderd cd’s, door op straat, maar ook op verschillende officiële lunches van alumni-verenigingen etc. te zingen. Hiervoor werd het klassieke repertoire even terzijde geschoven: wel ken ik nu het volkslied van Ohio (voor vierstemmig mannenkoor), en verschillende Buckeyes-liedjes (ook voor vierstemmig mannenkoor). Het geheel eindigde met een optreden op de brunch van de president van de universiteit, waar enkele honderden genodigden waren. Uiteraard kwam ook het volkslied van Ohio weer langs, wat door de bewoners van Ohio zeer serieus wordt genomen: iedereen staat op en alle hoeden en petten gaan af. (OSU verloeg Iowa vervolgens met 31-6, maar dit keer zat ik niet in het stadion. Ik heb wel de wedstrijd gekeken.)

Het begin van het quarter is, kortom, als een soort lawine over me heen komen vallen, en niet alleen qua studie. Misschien is het meest verbazingwekkende dat ik eigenlijk heel veel plezier heb in al die dingen die ik in Nederland zou verafschuwen, zoals American Football of het zingen van het volkslied van Ohio in een militant universiteitskoor. (Had ik al gezegd dat ze uniformen hebben voor optredens?) Oh, ik heb me ook opgegeven voor een theatergezelschap. Als die lui net zo fanatiek zijn als de studenten en de koorleden, dan ga ik de komende drie maanden echt erg weinig uitslapen.

4 Comments:

Bram said...

En dat terwijl je uitslapen juist zo weet te waarderen (weet ik uit eigen ervaring) :)

15:32  
Marieke said...

Dus jij stond om precies 9 uur, op tijd, voor de School of Music.. in je uniform?? Je verhalen spreken erg tot de verbeelding, maar deze vond ik lastig ;-)

15:41  
Tristan said...

Nee, niet in uniform dit keer, Marieke, Gode zij dank.

17:05  
romkje said...

Wat is je adres? Voor als ik je iets wil sturen. Ik dacht dat het ergens op de site stond, maar ik kan het nergens vinden.

14:09  

Post a Comment

<< Home