Bobby en de Afghanen
Enige tijd geleden deed Dirk op zijn weblog vanuit Edinburgh verslag van het warme hart dat de Schotten hun trouwe viervoeters toedragen. (Getiteld: Hondjes) Vandaag, ver weg van de Hooglanden, werd mij tijdens college duidelijk dat deze liefde zich niet beperkte tot de Schotten, maar dat deze wat smakeloze aanhankelijkheid aan de hond eigenlijk ‘all the Queen’s men’ betrof, en de Queen zelf bovendien. Mijn college Wars of Empire van vandaag had een meesterlijke side-plot: de avonturen van Bobby, het kleine witte hondje dat dapper mee ten strijde trok tijdens de Tweede Anglo-Afghaanse oorlog. Ik mag hopen dat het verhaal Dirk tot tranen zal roeren.
Een kleine inleiding in de avonturen van onze Bobby is vereist. Welnu: in november 1878 vielen de Britse roodjassen Afghanistan binnen vanuit India. De Britten waren doodsbenauwd dat de Amir van Afghanistan een verbond zou sluiten met de Russen, en dat de Russen Afghanistan vervolgens als opstapje zouden gebruiken om de Britse belangen in India aan te tasten. De nieuwe Gouverneur-Generaal van India, Lord Lytton (een nare, conservatieve ijzervreter) wachtte de onderhandelingen tussen de Britse en de Russische regering niet af, en besloot Afghanistan binnen te vallen om er een nieuw staatshoofd op de troon te zetten.
Wat hem op dat idee bracht is een raadsel: de Britten hadden al eens zoiets geprobeerd in 1840, en dat was ze uiteindelijk komen te staan op de uitroeiing van hun complete invasieleger. Een paniekerige, ongeorganiseerde terugtocht vanuit Kabul tijdens de winter van 1842, geteisterd door sneeuw en Afghaanse aanvallen, was uiteindelijk gestrand bij Gandamack, en daar hadden de laatste Britse troepen geprobeerd zich te verdedigen tegen de Afghaanse stammen, die toestroomden om de Britten de nekslag toe te dienen. Deze verdediging was niet geslaagd: slechts één man bereikte uiteindelijk Kandahar om het na te vertellen.
Niet gehinderd door dit feit besloot Lytton nu dus opnieuw Afghanistan binnen te vallen en een nieuw staatshoofd op de troon te zetten. Aanvankelijk ging het allemaal makkelijk genoeg: net als de eerste keer sneden de Britten probleemloos door Afghanistan richting Kabul en veroverden het. De Amir vluchtte en stierf.
Het probleem is echter dat Afghanen altijd valsspelen en nooit ophouden met vechten als de oorlog over is. Zo was het tijdens de Eerste Anglo-Afghaanse oorlog, zo is het nu nog (zoals menige Amerikaanse soldaat je zal kunnen vertellen), en de Tweede Anglo-Afghaanse oorlog vormde geen uitzondering. Om een lang verhaal kort te maken: in 1880 zaten de Britten tot over hun oren in de teringzooi. Overal waren opstanden uitgebroken, en Ayub Khan (de broer van de afgezette amir) schuimde met zo’n 20.000 bereden Afghaanse strijders het land af, op zoek naar Britten om af te maken. Op 27 juli 1880 had Ayub Khan mazzel, en kwam het tot een confrontatie met een veel kleinere Britse troepenmacht: zo’n 2600 Britse soldaten, onder leiding van generaal Burrows.
Onder deze troepenmacht bevond zich het 66e regiment. Eén van de officiers, Sergeant William Kelly, had al de hele campagne zijn hond bij zich. Bobby. Deze hond hobbelde vrolijk met het regiment mee, toen de Afghanen het Britse legertje klem probeerden te manoevreren en ze af te maken.
Hoewel er op die fatale 27e juli ruim 960 Britten sneuvelden, wist het grootste deel van de troepenmacht de Afghaanse val te ontvluchten. Zo niet echter het 66e regiment: dat werd afgesneden van het leger, en omsingeld door de Afghanen.
‘Tot the last man!’ schijnt hun opperbevelhebber geroepen te hebben. (Hoewel dat natuurlijk net zo’n onzin is als de ‘Dan liever de lucht in!’ van Van Spijck: niemand die binnen gehoorsafstand was had het na kunnen vertellen) Het 66e regiment nam zijn toevlucht op een klein heuveltje en verdedigde zich uit alle macht. Bobby droeg zijn steentje bij door vervaarlijk naar de Afghanen te blaffen.
Uiteindelijk stond er nog 11 man op de heuvel de Union Jack te verdedigen: toen raakte de munitie op. De Afghanen overspoelden wat er nog over was van het regiment. Niemand overleefde.
Een paar dagen later, en 75 kilometer verderop, liep er echter een klein, gewond wit hondje het kampement van de zich terugtrekkende Britse troepen in. Hij werd al gauw herkend als Bobby. Bobby kreeg de nodige medische verzorging en herstelde van de verwondingen. Hij ging mee met het zich terugtrekkende leger, naar Kandahar en door naar India.
Uiteindelijk keerde Bobby terug naar good old England. Hij werd daar zelfs op het Koninklijk Paleis ontvangen, samen met helden als majoor-generaal Roberts, en kreeg van koningin Victoria een Knight’s Cross of the British Empire aan zijn halsband bevestigd.
Helaas voor Bobby waren de hordes grote Afghaanse krijgers niet het grootste gevaar geweest voor zo’n klein hondje: een maand nadat de koningin hem had geridderd kwam onze Bobby in de straten van Gosport onder de wielen van een koets, en veranderde daarmee in Blobby, het amorfe hondje.
Een kleine inleiding in de avonturen van onze Bobby is vereist. Welnu: in november 1878 vielen de Britse roodjassen Afghanistan binnen vanuit India. De Britten waren doodsbenauwd dat de Amir van Afghanistan een verbond zou sluiten met de Russen, en dat de Russen Afghanistan vervolgens als opstapje zouden gebruiken om de Britse belangen in India aan te tasten. De nieuwe Gouverneur-Generaal van India, Lord Lytton (een nare, conservatieve ijzervreter) wachtte de onderhandelingen tussen de Britse en de Russische regering niet af, en besloot Afghanistan binnen te vallen om er een nieuw staatshoofd op de troon te zetten.
Wat hem op dat idee bracht is een raadsel: de Britten hadden al eens zoiets geprobeerd in 1840, en dat was ze uiteindelijk komen te staan op de uitroeiing van hun complete invasieleger. Een paniekerige, ongeorganiseerde terugtocht vanuit Kabul tijdens de winter van 1842, geteisterd door sneeuw en Afghaanse aanvallen, was uiteindelijk gestrand bij Gandamack, en daar hadden de laatste Britse troepen geprobeerd zich te verdedigen tegen de Afghaanse stammen, die toestroomden om de Britten de nekslag toe te dienen. Deze verdediging was niet geslaagd: slechts één man bereikte uiteindelijk Kandahar om het na te vertellen.
Niet gehinderd door dit feit besloot Lytton nu dus opnieuw Afghanistan binnen te vallen en een nieuw staatshoofd op de troon te zetten. Aanvankelijk ging het allemaal makkelijk genoeg: net als de eerste keer sneden de Britten probleemloos door Afghanistan richting Kabul en veroverden het. De Amir vluchtte en stierf.
Het probleem is echter dat Afghanen altijd valsspelen en nooit ophouden met vechten als de oorlog over is. Zo was het tijdens de Eerste Anglo-Afghaanse oorlog, zo is het nu nog (zoals menige Amerikaanse soldaat je zal kunnen vertellen), en de Tweede Anglo-Afghaanse oorlog vormde geen uitzondering. Om een lang verhaal kort te maken: in 1880 zaten de Britten tot over hun oren in de teringzooi. Overal waren opstanden uitgebroken, en Ayub Khan (de broer van de afgezette amir) schuimde met zo’n 20.000 bereden Afghaanse strijders het land af, op zoek naar Britten om af te maken. Op 27 juli 1880 had Ayub Khan mazzel, en kwam het tot een confrontatie met een veel kleinere Britse troepenmacht: zo’n 2600 Britse soldaten, onder leiding van generaal Burrows.
Onder deze troepenmacht bevond zich het 66e regiment. Eén van de officiers, Sergeant William Kelly, had al de hele campagne zijn hond bij zich. Bobby. Deze hond hobbelde vrolijk met het regiment mee, toen de Afghanen het Britse legertje klem probeerden te manoevreren en ze af te maken.
Hoewel er op die fatale 27e juli ruim 960 Britten sneuvelden, wist het grootste deel van de troepenmacht de Afghaanse val te ontvluchten. Zo niet echter het 66e regiment: dat werd afgesneden van het leger, en omsingeld door de Afghanen.
‘Tot the last man!’ schijnt hun opperbevelhebber geroepen te hebben. (Hoewel dat natuurlijk net zo’n onzin is als de ‘Dan liever de lucht in!’ van Van Spijck: niemand die binnen gehoorsafstand was had het na kunnen vertellen) Het 66e regiment nam zijn toevlucht op een klein heuveltje en verdedigde zich uit alle macht. Bobby droeg zijn steentje bij door vervaarlijk naar de Afghanen te blaffen.
Uiteindelijk stond er nog 11 man op de heuvel de Union Jack te verdedigen: toen raakte de munitie op. De Afghanen overspoelden wat er nog over was van het regiment. Niemand overleefde.
Een paar dagen later, en 75 kilometer verderop, liep er echter een klein, gewond wit hondje het kampement van de zich terugtrekkende Britse troepen in. Hij werd al gauw herkend als Bobby. Bobby kreeg de nodige medische verzorging en herstelde van de verwondingen. Hij ging mee met het zich terugtrekkende leger, naar Kandahar en door naar India.
Uiteindelijk keerde Bobby terug naar good old England. Hij werd daar zelfs op het Koninklijk Paleis ontvangen, samen met helden als majoor-generaal Roberts, en kreeg van koningin Victoria een Knight’s Cross of the British Empire aan zijn halsband bevestigd.
Helaas voor Bobby waren de hordes grote Afghaanse krijgers niet het grootste gevaar geweest voor zo’n klein hondje: een maand nadat de koningin hem had geridderd kwam onze Bobby in de straten van Gosport onder de wielen van een koets, en veranderde daarmee in Blobby, het amorfe hondje.
~
Voor mensen die dit een implausibel verhaal vinden: het is allemaal waar. Ga naar Reading, iets ten oosten van Londen, en bezoek daar het Regimental Museum: het 66e regiment heeft Bobby namelijk laten opzetten, en hij is nog altijd te zien. (Eelco: weet je dat standbeeld van die leeuw in Reading? Dat is ter ere van het 66e regiment, dat zich zo dapper heeft laten afslachten.)
Dan rest ons de vraag: is het witte hondje uit Kuifje gebaseerd op onze kleine witte Bobby, die mee mocht met zijn baasje op avontuur in verre landen? Herge kennende zou het best eens kunnen. Waar de verhalen van Blobby het amorfe hondje vandaan komen is nu in ieder geval duidelijk.
P.S. voor mensen die GoogleEarth hebben en willen weten waar ik woon: klik hier. Dat is mijn flat. De plattegrond van Columbus is mega-gedetailleerd. Ga iets naar het zuiden en zie daar 'The Oval', het enorme grasveld op het midden van de campus waar ik altijd zit te lezen als het mooi weer is. Dat gebouw aan de linkerkant daarvan is de hoofdbibliotheek. Let ook op het American Football-stadion.
Op de computers in diezelfde bibliotheek hebben ze GoogleEarth, en ik ben echt zwaar onder de inruk van dat programma. Het is bijzonder bevreemdend om op het gebouw waar je op dat moment zit in te zoomen. Het is echter ook heel handig om gewoon op te kunnen zoeken waar die Khyberpas nu eigenlijk ligt, en wat dat dan voor iets is.

9 Comments:
Zo jammer, van die mensen die historische heroïeken in twijfel moeten trekken, terwijl de oplossing zo voor de hand ligt. Natuurlijk heeft Bobby de laatste woorden van zijn opperbevelhebber doorgespeeld naar zijn redders. (Er zijn genoeg mensen die menen te kunnen communiceren met honden) En van van Spijck is al jaren bekend dat niet een of ander drenkeling maar hijzelf de uitvinder was van de flessenpost.
Yep, en de Nederlandse staat heeft indertijd ook gauw maatregelen genomen toen er bij Walcheren een flesje aanspoelde met de tekst: 'Laat ik me maar achter deze kruitvaten verstoppen... o shit me sigaar! - Van Spijck'
Ehhh... Maar hoe zijn historici er zo zeker van dat de dappere Bobby zijn steentje aan de titanenstrijd bijdroeg door vervaarlijk naar de vijand te blaffen? Het is, in het kader van het verhaal van het 66e regiment en Van Spijck, natuurlijk maar een vraag...
Laat ik er dit van zeggen: dat Bobby naar de Afghanen blafte is heel wat waarschijnlijker dan dat de opperbevelhebber 'To the last man' schreeuwde.
:`)
Hebben jullie mijn hondje gezien? Ik ben mijn hondje kwijt... Hij heet Bobby, en hij kijkt heel lief, net of-ie altijd lacht!
Leuk verhaal, al vind ik Afgaanse paarden veel stoerder dan Bobby! :P
Jezus, wat is het bij jou daar plat, en veel parkeerplaatsen, en ja Google Earth heerst...
Jullie weten natuurlijk best dat Herge Kuifjes hond Milou doopte, naar zijn eerste vriendin Marie-Louise. De naam Bobby is een bedenksel van de Nederlandse vertalers. Of deze op de hoogte waren van Bobby's heldendaden in de Afghaanse oorlog...?
Hey Maaike, hey Dirk! Ik ontving net jullie kaart! Tof! Ik wil meer over de spoken horen!
Post a Comment
<< Home