Magic mountain en keggers
Amerika is vreemd, als je een westerse, tv-kijkende niet-Amerikaan bent. De cultuur, het landschap, de steden… alles is er volstrekt anders, maar toch ken je het allemaal al. Een leven lang tv-series en Hollywoodfilms heeft je eigenlijk al een verdraaid goed beeld gegeven van hoe het er hier allemaal uit ziet, en hoe het er allemaal aan toe gaat.
Het is vervolgens een heel vreemde gewaarwording dat al die dingen uit Amerikaanse high school drama’s, roadmovies en Hollywood-blockbusters niet een soort op zichzelf staande sprookjeswereld à la Lord of the Rings zijn, maar dat die hele beeldcultuur ook daadwerkelijk is gebaseerd op een echt bestaand land. Als je met de bus op New York af rijdt vanaf het vliegveld, en je ziet in het donker de enorme, verlichte wolkenkrabbers van Manhattan in de verte opdoemen, komt onvermijdelijk de gedachte in je op: ‘Wow, het bestaat echt!’ Alsof ze naar aanleiding van de films de stad hebben gebouwd, en niet andersom. Hetzelfde gevoel bekruipt je als je naar een American Football-wedstrijd gaat, of in een taxi over een brede Avenue door een stoffige, zomerse Amerikaanse stad rijdt. Eigenlijk kende je dit land al, maar je had je nog nooit zo gerealiseerd dat het allemaal echt was.
Gisteravond had ik een hele reeks van zulke gewaarwordingen. Het koor had een notenstampavond, en daarna was het tijd voor ‘a social event.’ We gingen met het voltallige koor naar iets genaamd Magic Mountain. Uiteraard ging dit per auto, omdat alles van belang in dit land langs snelwegen en avenues is uitgesmeerd. Magic Mountain bleek een een soort mini-pretpark aan de snelweg, dat een lasergame, een minigolfbaan, een arcade-hal, een virtual reality ride en wat eetgelegenheden behelsde. Ik heb mij, voor het eerst sinds ik acht jaar oud was, verdiept in de edele sport van het minigolfen. Dat was in zoverre wel leuk, dat het de gelegenheid gaf om een beetje over koetjes en kalfjes te praten (wat tijdens lasergamen wat lastiger is). Het is wel grappig om te merken dat iedereen hier enorm bezig is met wat de rest van de wereld van ze vindt. Ik kom er hier niet onderuit om eindeloos te vertellen dat Fransen eigenlijk heel aardige mensen zijn, en dat we die solo-actie in Irak dan weliswaar niet zo fraai vonden in Europa, maar dat we Amerikanen die we op straat tegenkomen daarom nog geen schop zullen geven. Verder werd het eerstejaars-koorledenteam genadeloos afgeslacht bij het lasergamen, en heb ik de zestien muntjes die ik bij de ingang ontving maar besteed aan pinball en het aanvallen van de Death Star.
Het feest was vervolgens nog niet afgelopen: nadat we terug waren gereden naar de campus, vond er bij iemand thuis een ‘kegger’ plaats, en iedereen was uitgenodigd. Een ‘kegger’ is simpelweg een bierfeest: keg betekent fust. De gastheer schaft een aantal kegs aan, in ruil waarvoor iedereen een kleine donatie inlevert. Van de campus naar dit feest lopend, waande ik me in een soort slechte college movie: de wijk waar we doorheen liepen bestond volledig uit witte, losstaande houten huizen, en in ongeveer één op de drie van die huizen vond een feest plaats.
Keggers doen hun naam eer aan, en draaien in de eerste instantie om bier, en pas in de tweede instantie om sociaal doen. Onze kegger vond plaats in de woonkamer van een stereotyp wit houten huis, waar een aantal studenten woonde. Op één van de tafels in de ruimte werd ‘beerpong’ gespeeld, waarbij het de bedoeling is een pingpongbal in een glas op de helft van de tegenstander te gooien, waarop de tegenstander dit glas moet leegdrinken. Enig medelijden had ik met één van mijn mede-koorleden, die ook net nieuw bij het is. Hij komt uit een streng religieuze gemeenschap ergens in ruraal Ohio (de Midwest, weetjewel), en is principieel tegen drinken. Hij zag het Sodom en Gomorra wat argwanend aan vanaf de kant, maar bleef niettemin tot één uur hangen.
Pas vertelde iemand me dat de menselijke hersens automatisch hun best doen om elke nieuwe situatie ‘normaal’ te vinden. De mens kan immers helemaal niet tegen stress, en onze hersens zijn zo beleefd om ons daarvoor te proberen te behoeden. Dat is hopeloos van toepassing op mijn situatie: ik vind het hier doodnormaal om naar het aan de snelweg gelegen Magic Mountain te gaan om te minigolfen, en naar American Football te gaan kijken, en het Carmen Ohio te zingen op de een of andere verschrikkelijke receptie van het footballteam, en naar een kegger te gaan in een wit houten huis. Als ik dan echter terug naar huis loop, of probeer te beschrijven hoe mijn dagelijks leven er hier uitziet, realiseer ik me plotseling dat het hier onwaarschijnlijk vreemd is. Of in ieder geval totaal anders dan in Amsterdam, en veel vooroordeelbevestigender Amerikaans dan ik überhaupt voor mogelijk had gehouden.
Het is vervolgens een heel vreemde gewaarwording dat al die dingen uit Amerikaanse high school drama’s, roadmovies en Hollywood-blockbusters niet een soort op zichzelf staande sprookjeswereld à la Lord of the Rings zijn, maar dat die hele beeldcultuur ook daadwerkelijk is gebaseerd op een echt bestaand land. Als je met de bus op New York af rijdt vanaf het vliegveld, en je ziet in het donker de enorme, verlichte wolkenkrabbers van Manhattan in de verte opdoemen, komt onvermijdelijk de gedachte in je op: ‘Wow, het bestaat echt!’ Alsof ze naar aanleiding van de films de stad hebben gebouwd, en niet andersom. Hetzelfde gevoel bekruipt je als je naar een American Football-wedstrijd gaat, of in een taxi over een brede Avenue door een stoffige, zomerse Amerikaanse stad rijdt. Eigenlijk kende je dit land al, maar je had je nog nooit zo gerealiseerd dat het allemaal echt was.
Gisteravond had ik een hele reeks van zulke gewaarwordingen. Het koor had een notenstampavond, en daarna was het tijd voor ‘a social event.’ We gingen met het voltallige koor naar iets genaamd Magic Mountain. Uiteraard ging dit per auto, omdat alles van belang in dit land langs snelwegen en avenues is uitgesmeerd. Magic Mountain bleek een een soort mini-pretpark aan de snelweg, dat een lasergame, een minigolfbaan, een arcade-hal, een virtual reality ride en wat eetgelegenheden behelsde. Ik heb mij, voor het eerst sinds ik acht jaar oud was, verdiept in de edele sport van het minigolfen. Dat was in zoverre wel leuk, dat het de gelegenheid gaf om een beetje over koetjes en kalfjes te praten (wat tijdens lasergamen wat lastiger is). Het is wel grappig om te merken dat iedereen hier enorm bezig is met wat de rest van de wereld van ze vindt. Ik kom er hier niet onderuit om eindeloos te vertellen dat Fransen eigenlijk heel aardige mensen zijn, en dat we die solo-actie in Irak dan weliswaar niet zo fraai vonden in Europa, maar dat we Amerikanen die we op straat tegenkomen daarom nog geen schop zullen geven. Verder werd het eerstejaars-koorledenteam genadeloos afgeslacht bij het lasergamen, en heb ik de zestien muntjes die ik bij de ingang ontving maar besteed aan pinball en het aanvallen van de Death Star.
Het feest was vervolgens nog niet afgelopen: nadat we terug waren gereden naar de campus, vond er bij iemand thuis een ‘kegger’ plaats, en iedereen was uitgenodigd. Een ‘kegger’ is simpelweg een bierfeest: keg betekent fust. De gastheer schaft een aantal kegs aan, in ruil waarvoor iedereen een kleine donatie inlevert. Van de campus naar dit feest lopend, waande ik me in een soort slechte college movie: de wijk waar we doorheen liepen bestond volledig uit witte, losstaande houten huizen, en in ongeveer één op de drie van die huizen vond een feest plaats.
Keggers doen hun naam eer aan, en draaien in de eerste instantie om bier, en pas in de tweede instantie om sociaal doen. Onze kegger vond plaats in de woonkamer van een stereotyp wit houten huis, waar een aantal studenten woonde. Op één van de tafels in de ruimte werd ‘beerpong’ gespeeld, waarbij het de bedoeling is een pingpongbal in een glas op de helft van de tegenstander te gooien, waarop de tegenstander dit glas moet leegdrinken. Enig medelijden had ik met één van mijn mede-koorleden, die ook net nieuw bij het is. Hij komt uit een streng religieuze gemeenschap ergens in ruraal Ohio (de Midwest, weetjewel), en is principieel tegen drinken. Hij zag het Sodom en Gomorra wat argwanend aan vanaf de kant, maar bleef niettemin tot één uur hangen.
Pas vertelde iemand me dat de menselijke hersens automatisch hun best doen om elke nieuwe situatie ‘normaal’ te vinden. De mens kan immers helemaal niet tegen stress, en onze hersens zijn zo beleefd om ons daarvoor te proberen te behoeden. Dat is hopeloos van toepassing op mijn situatie: ik vind het hier doodnormaal om naar het aan de snelweg gelegen Magic Mountain te gaan om te minigolfen, en naar American Football te gaan kijken, en het Carmen Ohio te zingen op de een of andere verschrikkelijke receptie van het footballteam, en naar een kegger te gaan in een wit houten huis. Als ik dan echter terug naar huis loop, of probeer te beschrijven hoe mijn dagelijks leven er hier uitziet, realiseer ik me plotseling dat het hier onwaarschijnlijk vreemd is. Of in ieder geval totaal anders dan in Amsterdam, en veel vooroordeelbevestigender Amerikaans dan ik überhaupt voor mogelijk had gehouden.

3 Comments:
Neee! Zeg dat het niet waar is! Niet dit pretpark! Had ik je maar nooit laten vertrekken naar dat verre Amerika! (Snik)
... kijk maar eens op hun site onder de vacatures. "We are looking for aggressively friendly people..." Dat vat het wel aardig samen, toch?
Geen zorgen Frits. Na mijn weekendse Amerikaanse uitspattingen zit ik de rest van de week boeken te lezen over Europese geschiedenis, luister ik Verdi en Part enzo, en lees ik romans over Sicilie.
Post a Comment
<< Home