Thanksgiving
Nadat alle optredens waren afgerond, was het Thanksgiving. Melanie had me uitgenodigd om dit feest bij haar ouders in Madison, Wisconsin door te brengen. De ochtend nadat ik mijn vorige stukje typte, gooiden we wat spullen in de achterbak en gingen we die kant op.
Amerika is groot. En leeg. Ik realiseerde me pas hoe groot en leeg toen we van Columbus naar Madison reden. Op de schaal van de hele Verenigde Staten is dit een afstand van niks: je verlaat Ohio, moet net een klein stukje door Indiana en Illinois, en moet dan nog een eindje Wisconsin in. Dit minieme stukje op de kaart is in de praktijk echter een astronomische afstand. Uren- en urenlang rijd je over snelwegen, met aan beide kanten niets dan vlaktes, en wat boerderijen, die, zo lijkt het, door iemand uit een grote zak zijn gehaald en willekeurig over het land zijn uitgestrooid. ‘Zijn dit de Great Plains?’ vroeg ik aan Melanie. ‘Nee, die beginnen pas ten westen van hier’, was haar antwoord. Een blik op de routekaart van Amerika leerde me dat het inderdaad nog veel leger en groter kon. Daar werden de snelwegen dunner en dunner gezaaid, en de staten groter en dunner bevolkt, tot je zou aanbelanden in staten als South Dakota, zo groot als Groot-Brittannië, met 700.000 inwoners.
De staten waar wij doorheen reden vormden echter al een wereld op zich. De radiozenders waar we naar luisterden vielen stuk voor stuk uit, maar er kwam niets vergelijkbaars voor in de plaats. Wel werd de ether langzaam gevuld met talk radio, en vooral heel veel religieuze talk radio. Tot ergernis van Melanie luisterde ik met fascinatie. Terwijl het langzaam donker werd boven de grote leegte om ons heen, luisterden we naar een preek op de radio waarin de religieuze denkbeelden van rijke mensen werden verketterd. ‘Ik ben rijk!’ schreeuwde de voorganger, geheel in vervoering, ‘omdat mijn hart is gewassen in het bloed van Jezus, halelujah!’ Zijn preek, gecombineerd met het vreemde, enorme landschap waar we doorheenreden, gaf me bijna een soort religieuze ervaring; niet zozeer omdat ik het nou eens was met onze radiodominee, maar omdat ik dacht een glimps op te vangen van een wereld en manier van leven die zo mijlenver van de mijne afstond dat ik hem nooit zou kunnen begrijpen. Het Midwesten fascineert me.
Met Thanksgiving vieren de Amerikanen de hulp die de Pelgrims van de indianen kregen toen ze net met de Mayflower op Amerikaanse bodem waren aangekomen. Een aantal indianen hielp de perlgrims de eerste winter overleven, en als dank daarvoor werd in de herfst van 1621, toen de omstandigheden beter waren, een groot feestmaal aangericht voor zowel de indianen als de Pelgrims. We zouden ons kunnen voorstellen dat de indianen zich, een paar oorlogen en Removal Acts verder, nu voor de kop slaan dat ze de Pelgrims niet gewoon hebben laten verhongeren. Een krappe vierhonderd jaar later hebben de indianen immers weinig om dankbaar voor te zijn. Hoe dan ook: deze wederzijdse vrijgevigheid wordt tegenwoordig gevierd door een feestmaal aan te richten, waarin kalkoen en pompoenen een hoofdrol spelen. (Zie hier voor een korte geschiedenis van het feest) Melanie’s familie vierde het feest geheel volgens de regels. Vooraf was er pompoensoep, de hoofdmoot van de maaltijd werd gevormd door een gigantische kalkoen, en het dessert was pompoentaart.
Melanie’s familie was leuk. Ze voldeden in mijn ogen in veel opzichten aan het standaardbeeld van een Amerikaans gezin. Het festijn vond plaats in een groot, losstaand houten huis in een suburb van Madison. Een groot grasveld sierde de voortuin. Op de oprijlaan stonden vier auto’s: voor elk gezinslid één.
Door veel Amerikaanse gezinnen wordt het weekend na Thanksgiving gebruikt om de tuin geheel klaar voor kerst te maken. Vooral in de suburbs wordt er flink uitgepakt en verandert elke gevel in een soort flikkerend, fluorescerend pompeus geheel. Ik besloot mij volledig in deze grote Amerikaanse traditie te dompelen en bood de dag na Thanksgiving mijn diensten aan bij het decoreren van de tuin. Toen ik, de dag na het eten van veel te veel kalkoen, samen met de vader des huizes kleurige lichtjes aan de suburbane gevel bevestigde, voelde ik me volledig opgaan in die grote traditie die de Pilgrim Fathers met McDonald’s verbindt.
Amerika is groot. En leeg. Ik realiseerde me pas hoe groot en leeg toen we van Columbus naar Madison reden. Op de schaal van de hele Verenigde Staten is dit een afstand van niks: je verlaat Ohio, moet net een klein stukje door Indiana en Illinois, en moet dan nog een eindje Wisconsin in. Dit minieme stukje op de kaart is in de praktijk echter een astronomische afstand. Uren- en urenlang rijd je over snelwegen, met aan beide kanten niets dan vlaktes, en wat boerderijen, die, zo lijkt het, door iemand uit een grote zak zijn gehaald en willekeurig over het land zijn uitgestrooid. ‘Zijn dit de Great Plains?’ vroeg ik aan Melanie. ‘Nee, die beginnen pas ten westen van hier’, was haar antwoord. Een blik op de routekaart van Amerika leerde me dat het inderdaad nog veel leger en groter kon. Daar werden de snelwegen dunner en dunner gezaaid, en de staten groter en dunner bevolkt, tot je zou aanbelanden in staten als South Dakota, zo groot als Groot-Brittannië, met 700.000 inwoners.
De staten waar wij doorheen reden vormden echter al een wereld op zich. De radiozenders waar we naar luisterden vielen stuk voor stuk uit, maar er kwam niets vergelijkbaars voor in de plaats. Wel werd de ether langzaam gevuld met talk radio, en vooral heel veel religieuze talk radio. Tot ergernis van Melanie luisterde ik met fascinatie. Terwijl het langzaam donker werd boven de grote leegte om ons heen, luisterden we naar een preek op de radio waarin de religieuze denkbeelden van rijke mensen werden verketterd. ‘Ik ben rijk!’ schreeuwde de voorganger, geheel in vervoering, ‘omdat mijn hart is gewassen in het bloed van Jezus, halelujah!’ Zijn preek, gecombineerd met het vreemde, enorme landschap waar we doorheenreden, gaf me bijna een soort religieuze ervaring; niet zozeer omdat ik het nou eens was met onze radiodominee, maar omdat ik dacht een glimps op te vangen van een wereld en manier van leven die zo mijlenver van de mijne afstond dat ik hem nooit zou kunnen begrijpen. Het Midwesten fascineert me.
Met Thanksgiving vieren de Amerikanen de hulp die de Pelgrims van de indianen kregen toen ze net met de Mayflower op Amerikaanse bodem waren aangekomen. Een aantal indianen hielp de perlgrims de eerste winter overleven, en als dank daarvoor werd in de herfst van 1621, toen de omstandigheden beter waren, een groot feestmaal aangericht voor zowel de indianen als de Pelgrims. We zouden ons kunnen voorstellen dat de indianen zich, een paar oorlogen en Removal Acts verder, nu voor de kop slaan dat ze de Pelgrims niet gewoon hebben laten verhongeren. Een krappe vierhonderd jaar later hebben de indianen immers weinig om dankbaar voor te zijn. Hoe dan ook: deze wederzijdse vrijgevigheid wordt tegenwoordig gevierd door een feestmaal aan te richten, waarin kalkoen en pompoenen een hoofdrol spelen. (Zie hier voor een korte geschiedenis van het feest) Melanie’s familie vierde het feest geheel volgens de regels. Vooraf was er pompoensoep, de hoofdmoot van de maaltijd werd gevormd door een gigantische kalkoen, en het dessert was pompoentaart.
Melanie’s familie was leuk. Ze voldeden in mijn ogen in veel opzichten aan het standaardbeeld van een Amerikaans gezin. Het festijn vond plaats in een groot, losstaand houten huis in een suburb van Madison. Een groot grasveld sierde de voortuin. Op de oprijlaan stonden vier auto’s: voor elk gezinslid één.
Door veel Amerikaanse gezinnen wordt het weekend na Thanksgiving gebruikt om de tuin geheel klaar voor kerst te maken. Vooral in de suburbs wordt er flink uitgepakt en verandert elke gevel in een soort flikkerend, fluorescerend pompeus geheel. Ik besloot mij volledig in deze grote Amerikaanse traditie te dompelen en bood de dag na Thanksgiving mijn diensten aan bij het decoreren van de tuin. Toen ik, de dag na het eten van veel te veel kalkoen, samen met de vader des huizes kleurige lichtjes aan de suburbane gevel bevestigde, voelde ik me volledig opgaan in die grote traditie die de Pilgrim Fathers met McDonald’s verbindt.

2 Comments:
En kwamen toen de talloze, met olijke kleurtjes verlichte Coca-Cola vrachtwagens langsrijden waarop iedereen z'n colgate-witte tanden liet zien, onderwijl lustig met elkaar stoeiend in ruimzittende football sweaters totdat de moeder des huizes aan kwam zetten met een grote schaal dampende rookworst? Of haal ik nu dingen door elkaar?
En vervolgens ging iedereen een potje voetbal spelen (sommigen begrepen maar niet waarom er de hele tijd 'hands!' werd geroepen, anderen vroegen zich af waarom ze voortdurend onderuit werden geschoffeld.) De pakjes onder de boom bevonden zich in grote hoeveelheden papiermaché en waren voorzien van gedichten, en het werd al met al nog een heel gezellige sinterkerstavond. Eigenlijk miste niemand die atlantische oceaan...
Een reactie plaatsen
<< Home