Bekeert U! Het einde der tijden is nabij!
‘The heart of the Midwest’, zo luidt de reclameslogan die de VVV van Columbus gebruikt om de stad aan te prijzen. Je kunt je nauwelijks voorstellen hoe iemand dit als een aanprijzing zou kunnen opvatten. Het is zoiets als ‘Het bruisende middelpunt van Oost-Groningen!’ De Midwest is het meest rurale, meest conservatieve deel van de Verenigde Staten. De economie draait er met name op gras en koeien, en het grootste deel van de bevolking stemt Bush en houdt er nare, conservatieve denkbeelden op na.
Ook is de Midwest het meest evangelistische deel van de VS. Mensen hangen hier in grote aantallen een conservatieve vorm van Christendom aan, waarover ze bijzonder humorloos zijn en waarin concepten als ‘being born again’, ‘being saved’, de Hel en de Apocalyps een prominente rol spelen. Een vorm van Christendom, kortom, die zelfs voor de gemiddelde inwoner van Urk waarschijnlijk toch een tikkeltje te ver zou gaan.
Wat de VVV van Columbus wellicht eerder bedoelde, maar toch niet helemaal zo durfde te formuleren, is: ‘An oasis of liberalism and cosmopolitanism in the arid desert of evangelical America.’ Ohio is een battleground state, een staat waarvan het bij verkiezingen nooit te voorspellen is of ze Republikeins of Democratisch zullen stemmen. De reden dat dit hier zo spannend is is simpel: de drie grote steden, Cincinatti, Cleveland en Columbus, stemmen zwaar democratisch. Het platteland, echter, stemt zwaar Republikeins.
Niettemin kan het je op de campus van OSU met geen mogelijkheid ontgaan dat je je in een zwaar evangelistisch deel van de VS bevindt. OSU trekt studenten uit heel Ohio, en dat is in de sfeer op de campus duidelijk te merken. Op de introductiemarkt, ondertussen alweer een aantal weken geleden, was bijna een derde van het terrein ingeruimd voor de verschillende kerken, die daar hun best mochten doen zoveel mogelijk nieuwe bekeerlingen te vangen. Overal op de campus hangen reclameposters voor bijbelclubjes, uitnodigingen voor discussies over “What is sin really?”of algemenere mededelingen als “You must be born again – Jesus.” In de boekensectie van de lokale CVS (een soort supermarkt alias apotheek) vinden we niet alleen bouquetromans, maar ook boeken getiteld The Apocalypse explained in 101 entries of het meest recente deel uit de Left Behind-serie, met een titel die de gelovige lezer weinig reden tot speculatie laat: Soon!
Ook de samenstelling van mijn mede-koorleden bleek wat verrassingen voor me in petto te hebben. Pas na een aantal repetities viel me op hoeveel mensen een kruisje om hun nek droegen. Op zich geen drama, maar op een feestje bleek dat een heel flink aantal van hen getrouwd was. (Let wel: de meesten van hen zijn jonger dan ik.) Ook schokte het me nogal toen we terugreden van een optreden door het Short North, de homobuurt van Columbus, en alle mensen met wie ik in de auto zat eendrachtig homo’s begonnen te verketteren en te beschimpen.
Mijn meest directe confrontatie met de fijne religieuze en morele waarden die men er in deze contreien op nahoudt, kwam echter gisteren, terwijl ik tussen mijn colleges door zat te lunchen in een ‘Mensa’ van OSU. Ik werd aangesproken door een sympathiek uitziende man van ongeveer 30, die zichzelf voorstelde als Eric, en zei dat hij studentenpastor was en een enquête hield over religieuze denkbeelden. Of hij me wat vragen mocht stellen. Natuurlijk mocht hij me wat vragen stellen.
Zijn vragenlijstje begon onschuldig genoeg: waar ik vandaan kwam, of ik religieus was opgevoed en dergelijke. Onze Eric maakte druk aantekeningen en knikte begrijpend. Of ik een doel voor mezelf in het leven zag. Of ik geloofde in een leven na de dood. Of ik het studentenbestaan in Columbus eenzaam vond. En zo ging het nog een tijdje verder.
Natuurlijk had ik de bui allang moeten zien hangen, maar ja. Op een gegeven moment was het vragenlijstje afgelopen en kwam Eric met een aantal, laten we zeggen, ‘suggesties.’ Uit zijn map haalde hij een plaatje tevoorschijn met de mens aan de ene kant van een afgrond, God aan de andere kant, en een groot kruis als brug. Ah, dus daar wilde Eric heen. Goed dan. In zo’n geval kun je drie dingen doen: 1) Eric beleefd doch dringend vragen weg te gaan en je aan je eten te laten. 2) Rustig knikken en dooreten tot Eric is uitgeraasd en uit eigener beweging vertrekt. 3) Met open vizier in de tegenaanval. Ik was wel in voor een discussie en ging voor optie drie.
De precieze argumenten doen hier niet terzake, maar de discussie was zeker boeiend. Eric had de mooie special effects (zoals boekjes met illustraties, waarin de precieze procedure van een kruisiging werd uitgelegd – een zekere sadistische fascinatie konden we Eric en de auteur niet ontzeggen), maar ze hielpen hem niet. Ik kreeg de indruk dat ik een enorm probleemgeval was voor onze ‘studentenpastor’: ik vertelde hem niet om op te flikkeren en nam hem gewoon serieus, maar wist hem wel simpelweg met argumenten op afstand te houden, en hem, naar ik hoop, zelfs de onwaarschijnlijkheid van een aantal van zijn standpunten te doen inzien.
Na vermoed ik ruim een kwartier van discussie had Eric er genoeg van. Hij deed een laatste poging in de vorm van een folder die hij me overhandigde. Omdat ik een ‘smart guy’ was, zou ik een boek over Jezus, geschreven door een rechtsgeleerde aan Harvard, zeker interessant vinden! Daarna stelde hij me nog, zeer beleefd en vriendelijk, enige vragen over Europa, waaronder: ‘What do you think of France?’
‘France is okay!’, antwoordde ik.
‘Really?’ antwoordde hij ongelovig, hiermee zijn politieke voorkeur duidelijk makend. Ook had onze studentenpastor een zekere interesse in concentratiekampen, en was hij (ook hij) benieuwd naar wat Europeanen van Amerika vonden. Hij liet zelf doorschemeren dat hij het belangrijk vond dat men achter de president stond, want deze had het al zwaar genoeg. Eendracht was belangrijk. Mijn repliek: ‘Sure, but you’re a democracy. If your leaders screw up, it is your duty to point that out to them’ deed duidelijk de deur dicht. Eric nam afscheid en ging op zoek naar andere internationale studenten die behoefte hadden aan de blijde boodschap.
Zo zagen onvoorwaardelijke steun aan ‘born again Christian’ George W. en religieus fanatisme, alsmede een totaal vertekend beeld van de wereld buiten Amerika, er dus van dichtbij uit. Achteraf vond ik het met name laag hoe onze Eric zich speciaal richtte op internationale studenten die alleen aan een tafeltje zaten.
Eric’s telefoonnummer staat vermeld op het foldertje. Als er nog mensen zijn die in deze postmoderne wereld de weg kwijt zijn en behoefte hebben aan een absolute waarheid: laat even weten, dan mail ik het door. Voor alle anderen: kijk alle afleveringen van RVU’s God bestaat niet nog eens rustig na op Internet en wees blij dat je niet in een klein dorpje in de Midwest geboren bent.
Ook is de Midwest het meest evangelistische deel van de VS. Mensen hangen hier in grote aantallen een conservatieve vorm van Christendom aan, waarover ze bijzonder humorloos zijn en waarin concepten als ‘being born again’, ‘being saved’, de Hel en de Apocalyps een prominente rol spelen. Een vorm van Christendom, kortom, die zelfs voor de gemiddelde inwoner van Urk waarschijnlijk toch een tikkeltje te ver zou gaan.
Wat de VVV van Columbus wellicht eerder bedoelde, maar toch niet helemaal zo durfde te formuleren, is: ‘An oasis of liberalism and cosmopolitanism in the arid desert of evangelical America.’ Ohio is een battleground state, een staat waarvan het bij verkiezingen nooit te voorspellen is of ze Republikeins of Democratisch zullen stemmen. De reden dat dit hier zo spannend is is simpel: de drie grote steden, Cincinatti, Cleveland en Columbus, stemmen zwaar democratisch. Het platteland, echter, stemt zwaar Republikeins.
Niettemin kan het je op de campus van OSU met geen mogelijkheid ontgaan dat je je in een zwaar evangelistisch deel van de VS bevindt. OSU trekt studenten uit heel Ohio, en dat is in de sfeer op de campus duidelijk te merken. Op de introductiemarkt, ondertussen alweer een aantal weken geleden, was bijna een derde van het terrein ingeruimd voor de verschillende kerken, die daar hun best mochten doen zoveel mogelijk nieuwe bekeerlingen te vangen. Overal op de campus hangen reclameposters voor bijbelclubjes, uitnodigingen voor discussies over “What is sin really?”of algemenere mededelingen als “You must be born again – Jesus.” In de boekensectie van de lokale CVS (een soort supermarkt alias apotheek) vinden we niet alleen bouquetromans, maar ook boeken getiteld The Apocalypse explained in 101 entries of het meest recente deel uit de Left Behind-serie, met een titel die de gelovige lezer weinig reden tot speculatie laat: Soon!
Ook de samenstelling van mijn mede-koorleden bleek wat verrassingen voor me in petto te hebben. Pas na een aantal repetities viel me op hoeveel mensen een kruisje om hun nek droegen. Op zich geen drama, maar op een feestje bleek dat een heel flink aantal van hen getrouwd was. (Let wel: de meesten van hen zijn jonger dan ik.) Ook schokte het me nogal toen we terugreden van een optreden door het Short North, de homobuurt van Columbus, en alle mensen met wie ik in de auto zat eendrachtig homo’s begonnen te verketteren en te beschimpen.
Mijn meest directe confrontatie met de fijne religieuze en morele waarden die men er in deze contreien op nahoudt, kwam echter gisteren, terwijl ik tussen mijn colleges door zat te lunchen in een ‘Mensa’ van OSU. Ik werd aangesproken door een sympathiek uitziende man van ongeveer 30, die zichzelf voorstelde als Eric, en zei dat hij studentenpastor was en een enquête hield over religieuze denkbeelden. Of hij me wat vragen mocht stellen. Natuurlijk mocht hij me wat vragen stellen.
Zijn vragenlijstje begon onschuldig genoeg: waar ik vandaan kwam, of ik religieus was opgevoed en dergelijke. Onze Eric maakte druk aantekeningen en knikte begrijpend. Of ik een doel voor mezelf in het leven zag. Of ik geloofde in een leven na de dood. Of ik het studentenbestaan in Columbus eenzaam vond. En zo ging het nog een tijdje verder.
Natuurlijk had ik de bui allang moeten zien hangen, maar ja. Op een gegeven moment was het vragenlijstje afgelopen en kwam Eric met een aantal, laten we zeggen, ‘suggesties.’ Uit zijn map haalde hij een plaatje tevoorschijn met de mens aan de ene kant van een afgrond, God aan de andere kant, en een groot kruis als brug. Ah, dus daar wilde Eric heen. Goed dan. In zo’n geval kun je drie dingen doen: 1) Eric beleefd doch dringend vragen weg te gaan en je aan je eten te laten. 2) Rustig knikken en dooreten tot Eric is uitgeraasd en uit eigener beweging vertrekt. 3) Met open vizier in de tegenaanval. Ik was wel in voor een discussie en ging voor optie drie.
De precieze argumenten doen hier niet terzake, maar de discussie was zeker boeiend. Eric had de mooie special effects (zoals boekjes met illustraties, waarin de precieze procedure van een kruisiging werd uitgelegd – een zekere sadistische fascinatie konden we Eric en de auteur niet ontzeggen), maar ze hielpen hem niet. Ik kreeg de indruk dat ik een enorm probleemgeval was voor onze ‘studentenpastor’: ik vertelde hem niet om op te flikkeren en nam hem gewoon serieus, maar wist hem wel simpelweg met argumenten op afstand te houden, en hem, naar ik hoop, zelfs de onwaarschijnlijkheid van een aantal van zijn standpunten te doen inzien.
Na vermoed ik ruim een kwartier van discussie had Eric er genoeg van. Hij deed een laatste poging in de vorm van een folder die hij me overhandigde. Omdat ik een ‘smart guy’ was, zou ik een boek over Jezus, geschreven door een rechtsgeleerde aan Harvard, zeker interessant vinden! Daarna stelde hij me nog, zeer beleefd en vriendelijk, enige vragen over Europa, waaronder: ‘What do you think of France?’
‘France is okay!’, antwoordde ik.
‘Really?’ antwoordde hij ongelovig, hiermee zijn politieke voorkeur duidelijk makend. Ook had onze studentenpastor een zekere interesse in concentratiekampen, en was hij (ook hij) benieuwd naar wat Europeanen van Amerika vonden. Hij liet zelf doorschemeren dat hij het belangrijk vond dat men achter de president stond, want deze had het al zwaar genoeg. Eendracht was belangrijk. Mijn repliek: ‘Sure, but you’re a democracy. If your leaders screw up, it is your duty to point that out to them’ deed duidelijk de deur dicht. Eric nam afscheid en ging op zoek naar andere internationale studenten die behoefte hadden aan de blijde boodschap.
Zo zagen onvoorwaardelijke steun aan ‘born again Christian’ George W. en religieus fanatisme, alsmede een totaal vertekend beeld van de wereld buiten Amerika, er dus van dichtbij uit. Achteraf vond ik het met name laag hoe onze Eric zich speciaal richtte op internationale studenten die alleen aan een tafeltje zaten.
Eric’s telefoonnummer staat vermeld op het foldertje. Als er nog mensen zijn die in deze postmoderne wereld de weg kwijt zijn en behoefte hebben aan een absolute waarheid: laat even weten, dan mail ik het door. Voor alle anderen: kijk alle afleveringen van RVU’s God bestaat niet nog eens rustig na op Internet en wees blij dat je niet in een klein dorpje in de Midwest geboren bent.
Na een wat hectische reis naar het Ohio Theatre (de bussen over de campus reden niet dankzij de parade) kwamen we alsnog ruim op tijd aan bij het Ohio Theatre in downtown Columbus, het oude stadscentrum. Van de buitenkant heeft het Ohio Theatre een mooie bakstenen architectuur (een beetje zoals Carnegie Hall, maar dan wat kleiner), en ik had al begrepen dat het van binnen een schitterend gebouw was. Niets had me echter kunnen voorbereiden op de overdadige neobarok-modernistische architectuur aan de binnenkant van het gebouw. Op het Palau de la Musica in Barcelona na, is het Ohio Theatre de mooiste concertzaal die ik ooit heb bezocht. (Je krijgt ook sterk de indruk dat de architect van het Ohio Theatre zijn inspiratie heeft gehaald in Barcelona, of sowieso in Spanje) Net als de modernistische architecten in Nederland en Spanje was de ontwerper, een Schot genaamd Thomas W. Lamb, een linkse idealist die met zijn theater een “paleis voor de gewone man” wilde bouwen. Het is ook wel boeiend dat dit gebouw, net als het Amsterdamse Tuschinski, met name gebouwd is als bioscoop. Pas toen in de jaren ’60 de goedkopere bioscopen buiten het centrum langzaam maar zeker het publiek van het Ohio Theatre begonnen weg te trekken, en het gebouw op de slooplijst kwam, werd een massale reddingsactie op touw gezet en kreeg het gebouw zijn nieuwe functie als theater en concertzaal. Ik was dus helemaal blij daar in dit schitterende gebouw te zitten, met een rood plafond beschilderd met sterren boven mijn hoofd, overal om me heen ornamenten die er een beetje uitzagen als Spaanse altaarstukken, en op het podium het Columbus Symphony Orchestra in afwachting van dirigent Gunther Herbig. 

